Structuur en scenario

We ontwerpen e-leerinhoud aan de hand van een structuur en een scenario. De structuur is de kapstok waaraan we de leerinhouden later zullen koppelen. Het scenario verwijst naar het verhaal, de manier waarop je de leerinhouden brengt.

Structuur = inhoud opdelen in kleinere eenheden en ordenen in een boomstructuur

Scenario = gevarieerde herhaling inlassen (teksten, beelden, animaties, interactie, oefeningen)

Structuur

Werkvormen met digitale ondersteuning…worden ingeschakeld.
Bijvoorbeeld : door een hoofdstuk in te leiden met een voorkennistoets, en in de feedback ervan te duiden op wat volgt, krijgt de cursist kans om gerichter de verschillende onderdelen te bekijken.

 

Een didactisch verantwoorde structuur moet garanderen dat elke cursist voldoende geprikkeld wordt om het aangeboden traject tot een goed einde te brengen:

  • Beperk het aantal niveaus in de inhoudsstructuur best tot maximaal 3.
  • Leg eerst basisbegrippen en structuren uit, pas daarna de verdere details. Vermijd alles tegelijk te willen vertellen. Verdiepen kan je op het web gemakkelijker dan in een boek (bijvoorbeeld via hyperlinks, mouse-overs, pop-ups).
  • Globaal – analytisch – synthetisch:

    o Globaal: vertel eerst wat er gaat komen.
    o Analytisch: werk dan element per element uit.
    o Synthetisch: breng op het einde alles samengevat bij elkaar.

Scenario: gevarieerde herhaling

Bouw een boeiend en leervriendelijk verhaal. Breng elk onderdeel van de structuur, dus elk stukje inhoud, aan door middel van gevarieerde herhaling. Voorzie hierbij meerdere leerstijlen: (inter)actief ervaren, observeren, reflecteren, conceptualiseren, experimenteren, toepassen.

In de praktijk pas je die leerstijlen toe door het gebruik van teksten, schema’s, verhalen, beelden, klanken, video’s, animaties, simulaties, testreeksen, interactieve animaties, oefeningen, enz.

Gevarieerde herhaling